Het is januari. Dat betekent dat in West-Afrika (en wellicht ook andere delen van Afrika, maar daar wil ik vanaf zijn) de Harmattan is opgestoken. Dat is een droge woestijnwind, die behalve voor gescheurde lippen en stoffige, jeukende ogen ook voor zorgt voor wat verkoeling. Overdag wordt het ouderwets 31 graden, maar ’s nachts koelt het af tot – houd je vast – een graadje of 23. Bibberen, voor de gemiddelde Afrikaan. En dus heeft iedereen de jassen, truien, handschoenen en bivakmutsen (!) uit de kast geplukt en word ik voor gek versleten als ik ’s ochtends vroeg in slechts een rok en shirtje over straat ga. Vooruit, ik geef toe: kennelijk ben ook ik redelijk gewend aan de hitte, want mijn mouwloze shirtje was vanochtend om zeven uur toch echt iets te optimistisch…

Het is even stil geweest op mijn website, maar bepaald niet in mijn hoofd. Naar aanleiding van mijn laatste verhaal vroeg een aantal attente lezers mij of ik het nog wel naar mijn zin had in Sierra Leone. Het enige juiste antwoord op die vraag was “ja en nee”. Ik genoot nog steeds van bizarre gebeurtenissen op straat en van mijn sociale contacten, maar tegelijkertijd viel (of eigenlijk: valt) het leven hier me ook zwaarder dan verwacht. Het leven in Freetown is absoluut anders dan ik gewend was in Ghana. Harder, armer, meer criminaliteit, minder vriendelijk. Tel daarbij op de dagelijkse frustratie dat ik op mijn werk niet uit de voeten kon, en je kunt je voorstellen dat ik me meer dan eens afvroeg wat ik hier in godsnaam deed. Tuurlijk, ik had nog steeds de leuke contacten en zag nog steeds de mooie plaatjes op straat, maar kon daarvan niet meer echt genieten. Bij een lief klein jochie dat op straat bananen verkocht dacht ik niet meer “goh wat een mooi koppie”, maar voornamelijk “agossie, waarom loopt dat kind over straat en zit het niet op school?”. Een schattig meisje dat met haar zusje op haar arm rondsjouwde was niet meer een mooi plaatje van twee Afrikaanse kindjes, maar maakte dat ik me afvroeg over hoeveel jaar het meisje met haar eigen kind zou rondlopen. De tranen sprongen in mijn ogen als ik ’s avonds laat een 10-jarig meisje op straat zag dat naast de sinaasappels die ze moest verkopen in slaap was gevallen. Kortom: ik zat er doorheen.

Het bezoek van mijn ouders en zus kwam dan ook precies op het goede moment. Heerlijk om mijn ervaringen in het Nederlands van me af te kunnen praten met mensen die aan een half woord genoeg hebben. Fijn om te kunnen laten zien waar ik woon, leef en werk. Zalig om niet meer 24 uur per dag, 7 dagen per week op mezelf te hoeven passen maar even “kind” te mogen zijn. Aan te kunnen schuiven bij het eten. Mijn twijfels te delen met degenen die het dichtst bij me staan. En langzaamaan kwam ik tot de conclusie dat ik op deze manier niet door wilde. De resterende tijd op dezelfde voet doorgaan zou teveel van mijn energie vergen. Natuurlijk heb ik overwogen om mijn ticket om te boeken en vervroegd terug te vliegen naar Nederland, maar ik weet ook dat ik dan altijd met een wrang gevoel aan mijn tijd hier zou terugdenken. Ik heb dus besloten om Salone een tweede kans te geven en op zoek te gaan naar een nieuwe carriere.

Maar niet voordat ik mijn familie drie weken lang heb laten kennismaken met het moois dat Sierra Leone rijk is. Het aanvankelijke plan – een aantal dagen Freetown, een aantal dagen strand en vervolgens in 1,5 week het hele land doorcrossen – bleek wat te optimistisch, en dus hebben we een heerlijk relaxed programma aangehouden. Na een kennismaking met Freetown (te beginnen met een hectische autorit vanaf het vliegveld door het allerarmste én drukste deel van de stad: niet direct een warm welkom na een lange vliegreis…), een bezoek aan chimpansees en een rustige kerst aan een wit strand hebben we ons beperkt tot een reis naar Banana Island en Tiwai Island. Banana Island is net zo idyllisch als de naam doet vermoeden (als je tenminste de kakkerlakken, kolonnes mieren en klam beddegoed in de hutjes die dienst doen als gastenverblijven weg denkt ;-)). Een aantal dagen niets anders dan slapen, lezen, eten en af en toe een wandelingetje was precies wat we nodig hadden om op te laden. Tiwai Island is één van de twee nationale parken die Sierra Leone rijk is, bestaat uit tropisch regenwoud en is een goede locatie om apen en vogels te spotten. Het park is overigens ook één van de weinige plekken ter wereld waar het dwergnijlpaard voorkomt, maar die houdt zich over het algemeen goed verborgen.

Met dank aan Royal Air Maroc heeft mijn familie nog zo’n 6 uur langer van de vakantie kunnen genieten dan gepland, maar toen zat het er echt op. Ik voelde me inmiddels voldoende opgeladen om bij ENCISS het bericht te gaan brengen dat ik op zoek zou gaan naar een ander project voor de resterende twee maanden. Mijn collega Lovetta was ernstig bedrukt maar gaf me groot gelijk, haar baas begreep er niets van (maar goed, ik vermoed ook dat klagen over te weinig te doen hebben op het werk ook niet heel Afrikaans is ;-)). Mijn argument dat ik tijdelijk mijn Nederlandse salaris heb opgegeven om hier naartoe te komen en dat ik dan toch op z’n minst iets wil doen wat ik leuk vind, maakte wél doorslaggevende indruk. En dus kon ik op zoek naar wat nieuws.

Die zoektocht liep op Afrikaanse wijze heerlijk soepel. Op maandagmiddag liep ik op de bonnefooi binnen bij een juridische organisatie waarmee ik tijdens mijn werk bij ENCISS al in aanraking was gekomen, op donderdag heb ik overlegd over het project waarop ze me wilden inzetten en vrijdag had ik mijn eerste werkdag. De komende twee maanden ga ik aan de slag bij Timap for Justice (Timap is Krio voor “je sterk maken”). Timap heeft door het hele land kantoortjes zitten waar paralegals de bevolking gratis voorzien van juridische assistentie, mediations uitvoeren en workshops geven over bijvoorbeeld kinderarbeid, tienerzwangerschappen, mensenrechten, etc. Op het hoofdkantoor in Freetown werken twee advocaten die de ingewikkelde zaken behandelen en zo nodig procedures voeren.

Het werk van Timap is hard nodig. Niet alleen hebben veel mensen geen idee van hun juridische positie; als ze dat al wél hebben is er vaak simpelweg geen geld om een juridisch adviseur in te huren. Daarbij zijn er van de 150 advocaten die Sierra Leone rijk is 148 in Freetown gevestigd: juridische hulp door een advocaat is dus voor de normale Sierra Leoner in het binnenland onbereikbaar.

Mij is gevraagd het kantoor in Magburaka (in het noorden van het land) te ondersteunen. Niet ver van Magburaka zit een Chinese suikerfabriek, die het niet zo nauw neemt met de regels. Voor uitbreiding wordt vaak grond van Sierra Leoners afgepikt zonder vergoeding, goede producten worden geëxporteerd terwijl er af en toe wat giftige suikerproducten op de lokale markt worden afgezet en ook op arbeidsgebied gaat het nodige mis. Arbeidstijdenregelgeving wordt overtreden en de arbeidsomstandigheden laten ook wat te wensen over. Er verdwijnen regelmatig handen in machines, werknemers moeten giftige stoffen met blote handen mengen en er vallen er af en toe wat betonnen blokken op voeten. Timap for Justice wil namens een groot aantal slachtoffers van de handelwijze van de Chinezen actie ondernemen, en ik ga proberen uit te vogelen op welke wijze de getroffen werknemers een vuist kunnen maken. Op een paar duizend kilometer van Den Haag zet ik dus vrolijk mijn aansprakelijkheidspraktijk verder. Overigens zal ik daaraan nog een behoorlijke kluif hebben: het Sierra Leoonse recht is een onoverzichtelijke lappendeken van geschreven recht, gewoonterecht en Islamitisch recht, waarbij het gewoonterecht ook nog eens van regio tot regio verschilt. Genoeg te doen dus…

Het is heerlijk om weer het gevoel te hebben dat ik nuttig bezig ben. Natuurlijk raakt het me nog steeds als ik zie dat jonge kinderen niet op school zitten maar over straat zwerven in de hoop wat geld te verdienen, natuurlijk krijg ik af en toe een knoop in mijn maag van de ellende waarmee je hier soms geconfronteerd wordt, maar ik kan mezelf daartegen weer wapenen.

Tijdens mijn verblijven hier en in Ghana ben ik twee typen buitenlanders tegengekomen. De ene groep (vaak degenen die er nog niet zo lang zitten) vinden alles mooi en geweldig. De andere groep (vaak degenen die er te lang zitten) zijn cynisch en zetten zich af tegen alles wat lokaal is. Degenen die denken dat alles aan Afrika romantisch en prachtig is en dat het continent alleen wordt bevolkt door mooie, vrolijke en eerlijke mensen, hebben het naar mijn idee mis. Diegenen die menen dat Afrika één bron van ellende is waarmee het nooit goed komt, eveneens. Afrika is Afrika, met alle mooie en minder mooie eigenschappen die erbij horen. Ik voel me momenteel weer in staat te genieten van de mooie dingen die ik tegenkom en de minder mooie dingen voor lief te nemen. En dat is volgens mij de enige manier om hier te leven: tanden op elkaar en lachen. Grimlachen, af en toe.

Tot slot nog het volgende in de categorie “Heel gewoon in Sweet Salone”:

– Over de corruptie hier heb ik al het nodige geschreven. Alle hotemetoten met een min of meer officiële positie doen daar aan mee, maar de politie spant toch wel de kroon. Door het hele land staan politieposten langs de weg waarvan de functie mij volledig onduidelijk is. Die politieposten zijn in ieder geval wél goed voor het banksaldo van de dienstdoende agent. Met iedere auto die hier rondrijdt is wel iets mis, en de bestuurder kan zijn weg alleen voortzetten nadat hij de agent iets in zijn hand heeft gedrukt. Toen ik met mijn familie per taxi onderweg was naar het strand, werden wij aangehouden vanwege een klein barstje in de voorruit van de auto. Dat barstje zit er al tijden en is duidelijk veroorzaakt door een steentje, maar volgens de politieagenten duidde het op een recent ongeval waarvan onze taxichauffeur een politierapport had moeten laten opmaken. Ze dreigden dat hij de kerstdagen in de cel zou moeten doorbrengen voor dit “vergrijp”. Ik heb het ernstige vermoeden dat het de dienders meer te doen was om het afromen van de winst die onze chauffeur zou maken met het vervoer van vier blanken: terwijl wij in gesprek waren met de agenten, reed er ongehinderd een busje met een volledig gebarsten voorruit voorbij…

– Dat ik hier om de haverklap word aangesproken met het verzoek om geld, schoolboeken, een vliegticket, eten, etcetera etcetera zal inmiddels bekend zijn. Dat hier het idee bestaat dat het geld in het westen aan de bomen groeit, ook. Maar de meest creatieve uitleg van die beeldvorming kwam van een bedelaar die – toen wij hem niets gaven – boos opmerkte dat wij blanken geld van God krijgen, terwijl Afrikanen niets krijgen.

– Van schaamte hebben Sierra Leoners weinig last. Er wordt in het openbaar heel wat afgerocheld, gespuugd en geplast en het is hier doodnormaal om in een volle bus je baby de borst te geven. Over het algemeen is dat functioneel, dus ik kijk daarvan niet meer op. Wél opvallend vond ik de mevrouw die op een volle markt haar blouse opstroopte, haar bh opzij duwde en vervolgens uit die bh wat geld plukte om haar boodschappen mee te betalen.

– De taxi’s en busjes die hier als openbaar vervoer dienst doen, hebben gemiddeld al zo’n vier levens achter de rug in het westen en vallen vaak uit elkaar van ellende. Voorruiten zijn nauwelijks doorzichtig vanwege het grote aantal barsten, radio’s produceren meer gekraak dan muziek, koplampen zijn bijna standaard kapot en de veren komen vaak uit de stoelen naar boven. In Ghana maakte ik al eens een rit in een taxi waar de chauffeur alleen kon toeteren (van levensbelang in het Afrikaanse verkeer!) als hij de twee uiteinden van een kapot kabeltje tegen elkaar aan drukte. Vanochtend werd ik vervoerd in een taxi waarvan de deuren niet van binnenuit konden worden geopend. Passagiers die wilden uitstappen moesten hun arm door het raam naar buiten steken en de deur vanaf de buitenkant open maken. Ik keek er niet eens meer van op…

– Eén van mijn (inmiddels oud-) collega’s had begin december erg veel last van zijn rug. Niet omdat hij er doorheen was gegaan, niet omdat hij hernia had, maar omdat hij was neergeschoten door een “witch gun”. Althans, daarvan was hij (evenals mijn andere collega’s) overtuigd. Op mijn vraag wat een “witch gun” dan precies is, kreeg ik wat ontwijkende antwoorden. Het geloof in hekserij en black magic is zodanig, dat veel mensen daar wat moeizaam over praten. Uit hetgene wat ik wél wist los te krijgen begreep ik dat een witch gun een stuk hout is in de vorm van een geweer, dat mensen met bovennatuurlijke krachten gebruiken om mensen (al dan niet op afstand) mee te beschieten. Als je een probleem hebt met iemand, kun je de bezitter van een witch gun betalen om je vijand dood te schieten of te verwonden.

– Het geloof in witchcraft gaat zo ver, dat mensen in sommige communities geloven dat een natuurlijke dood niet bestaat. Ieder overlijdensgeval zou worden veroorzaakt door hekserij. Dat betekent dus dat er voor ieder overlijden een schuldige moet worden aangewezen. Dat schijnt ook zo te zijn in de gemeenschap waar ik voor mijn werkzaamheden bij Timap naartoe moet. Ik hoop maar dat er in de tijd dat ik daar zit niemand het loodje legt…

– Ik zal binnenkort voor de geïnteresseerden nog eens iets schrijven over het rechtssysteem in Sierra Leone, want ook dat is soms verrassend. Als voorproefje wil ik jullie een regel uit het gewoonterecht van een gemeenschap uit het Bombali district in het noorden van Sierra Leone niet onthouden: “no man shall impregnate another man’s wife, as the wife belongs to her owner”. Lang leve de emancipatie, en tot de volgende keer!

Een nieuwe lading foto’s is te vinden op http://fotos.jojannekeinafrika.nl/#3.22.